Home    Hdr maken in Lightroom    Perspectief aanpassen Photoshop    Uitleg Maskers Photoshop    32bit Hdr Maken in Photoshop    Raw Foto Bewerken    Macrofotografie Tips    Foto Bewerken Photoshop   
Hdr Maken in Photomatix    Algemene Fotografie Tips    M-stand Uitleg    Av-stand Uitleg    Portretfoto Bewerken    Verkleinen foto in Photoshop    Rand om foto maken in Photoshop

Handige en eenvoudige tips voor betere foto`s!:

Dit is een heel algemene pagina met tips, met wat handige en makkelijke tips om snel betere foto`s te verkrijgen. We gaan het hebben over onderbelichten en overbelichten, compositie (o.a gulden snede), welke witbalans, welke isowaarde, sluitertijden, wanneer nog uit de hand fotograferen, sluitertijden verlengen en verkorten d.m.v diafragma en iso-waarde aanpassen,in jpeg of raw fotograferen, handmatig scherpstellen ( met de liveview) of met de Af. Kortom hoe speel je in op de omstandigheden en haal je het maximale uit je camera op elk moment.

Scherpstellen: met de autofocus, of handmatig?

De meesten van jullie zullen scherpstellen met de autofocus van je camera. Echter: De combinatie van je camera en lens heeft vaak een afwijking. Dit noem je front of back focus, dus de scherpte ligt net voor, of net achter het onderwerp waar je op scherp gesteld hebt. Een goede foto begint natuurlijk met een scherpe foto, dus het is heel erg irritant als de scherpte net niet helemaal lekker is. Je hebt speciale kaarten om dit te testen. Je moet de spullen op een speciale manier opstellen, en daar waar je op scherpgesteld hebt, moet dan ook scherp zijn. Is dit niet zo, dan ga je aan de gang met het zogenaamde micro adjustment. Eigenlijk niets meer of minder dan dat je in je camera zet, welke afwijking een lens op je camera heeft. Dit noem je je lenzen calibreren. Je kunt dit ook laten doen, bijvoorbeeld bij een fotozaak of bij Chipclean (google maar eens). Ik stel waar dat kan handmatig scherp. Ik zet mijn lens op handmatige focus en zoom in met de liveview. Voordeel hiervan is ook nog eens dat je spiegel niet "klapt". Nu kun je perfect scherpstellen waar jij dat wilt, en heb je ook nooit te maken met front of backfocus! Bij dieren of bewegende onderwerpen spreekt het vanzelf dat je altijd je AF, je auto focus, gebruikt. Bij stilstaande onderwerpen zoals gebouwen of landschappen, stel je best handmatig zelf scherp.

Wanneer belicht je onder, en wanneer belicht je over?:

Wanneer belicht je nou over, en wanneer ga je onderbelichten, en wat gebeurd er dan? Overbelichten doe je in ieder geval bij opnamen tegen de zon/licht in. Je zou andersom denken, maar je meet veel licht, en je wilt ook details in je schaduwen, dus je belicht wat over! Omdat je camera een grote lichtbron waarneemt, meet hij dus eigenlijk fout. Hij past de belichting aan, maar dit zorgt er wel voor dat je (hoog)lichten goed zijn, maar dat de rest, je middentonen en schaduwen helemaal dichtlopen ( te donker zijn). Dit voorkom je door 1/3-2/3 stop over te belichten!Zo krijgen dus je schaduwen en middentonen ook nog details. Eigenlijk heel logisch toch als je er over nadenkt? Wanneer onderbelichten? Ik belicht soms 1/3-2/3 stop onder. Onderbelichten levert je een kortere sluitertijd op, je vraagt minder licht op je sensor, die je soms goed kunt gebruiken. Bij dierenfoto`s belicht ik soms 1/3 stopje onder. Bij hele zonnige dagen met knalhard licht, is het dus goed om toch een tikje onder te belichten, 1/3 of 2/3 stop. Even uitproberen en de foto en/of het histogram bekijken op het schermpje van je camera. Onder en overbelichten met je camera, doe je door je EV meter te veranderen. Je moet gewoon weten hoe dit werkt, sla er eventueel je handleiding op na. Een goede foto begint mede met een goede belichting. Een onderbelichte foto oplichten geeft overigens snel ruis, dus kies zorgvuldig je instellingen! Een vliegende vogel in de lucht, belicht je dus ook wat over! 1/3-2/3 stop overbelichten, zodat de vogel ook nog details heeft!

Compositie: Gulden snede, regels van derden:

De compositie van een onderwerp kan je foto maken of breken. Een hulpmiddeltje hiervoor is bijvoorbeeld de gulden snede. Als je onderwerp op 1 van die snijpunten staat, maakt dit je foto spannender. Dit is natuurlijk slechts een richtlijn. Een simpel voorbeeld: Als je een landschap neemt, plaats dan de horizon eens niet in het midden: Kies bijvoorbeeld voor 2/3 lucht en 1/3 stuk land, of juist andersom. Je krijgt hierdoor een spannendere foto die veel lekkerder weg kijkt. Bijvoorbeeld personen of dieren in een foto. Plaats ze niet in het midden van je foto, maar geef ze de (kijk) ruimte. Geef je onderwerp ruimte in de denkbeeldige kijkrichting of looprichting. Plaats je onderwerp bijvoorbeeld op 1 van de punten van het plaatje van de gulden snede hier beneden.

de gulden snede: plaats je onderwerp op 1 van de punten in je foto, en 9 van de 10 keer wordt je foto daar spannender door

Wanneer Welke Sluitertijd / welk Diafragma gebruiken?:

Bij een doorgewinterde fotograaf gaat dit eigenlijk auotmatisch,die hoeft daar bijna niet meer over na te denken, maar hier wat tips:
Bij stilstaande (!) ondewerpen kies je uiteraard een zo laag mogelijke iso-waarde, bijvoorbeeld iso 100, hiermee voorkom je ook ruis in je foto. Daarna stel je je diafragma in: Een laag F-nummer geeft je een beperkte scherptediepte, maar ook een kortere sluitertijd en een Hoog f-nummer geeft je een grotere scherptediepte, maar kost ook meer licht, dus je hebt een langere sluitertijd. Anders is het bij bewegende onderwerpen of onderwerpen in slecht licht. Bij een bewegend onderwerp, bijvoorbeeld een rennend hert, heb je toch al snel 1/1000s nodig. Kies een groot diafragma (dat is een laag f-nummer) en stel je isowaarde zo in dat je minimaal deze sluitertijd (of nog korter) haalt. Je zult wat sneller last hebben van ruis, maar je hebt in ieder geval je ondewerp scherp! Ruis is ook maar betrekkelijk: Voor het internet is het met een fotoprogramma goed te verminderen, en op fotoafdrukken zul je veel van je ruis niet terug zien. Vuistregeltje voor foto`s uit de hand: Op 100mm heb je minimaal 1/100s nodig, bij 400mm minimaal 1/400s enzovoort. Maar dan hebben we het toch al snel over een behoorlijk vaste hand. Heb je de mogelijkheid: Gebruik een statief en/of een afstandbediening of een draadontspanner, of de timer op je camera!

Beter flitsen met je interne flitser op je camera:

Als je niet de beschikking hebt over een externe flitser moet je een beetje creatief zijn, want de flitser op je camera flitst vaak erg hard, ook al zet je hem heel laag. Een stukje a4 voor fe flitser, of zo`n oud fotorol doosje ( maar dan in het wit) en daar een sleuf in maken en deze op je flitser zetten, geven je vaak al een veel beter resultaat om (in) te flitsen!

Gebruik de juiste Witbalans:

Ik schiet in raw, dus dan maakt het ietje minder uit, al blijft het belangrijk om de juiste witbalans te kiezen. Schiet je in jpeg, dan is het noodzakelijk om de juiste witbalans te kiezen, anders is je foto (zo goed als) verpest. Ik gebruik er eigenlijk maar een paar: De automatische witbalans, kunstlicht voor avondfoto`s, of ik zet de witbalans op Kelvin, en kijk via mijn liveview naar het resultaat wat dat gaat geven. Uiteraard zet ik de camera in de studio op Flits. Bewolkt en dat soort standen gebruik ik niet. De kleuren worden er niet beter op, en vaak krijg je een kleurzweem en veel te intensieve kleuren. Handige hulpmiddelen zijn een grijskaart, of je neemt een foto ter plekke, en stelt die in als handmatige witbalans. Veranderd de situatie neem je een nieuwe foto, en stelt die weer in als handmatige witbalans. Raadpleeg je handleiding hoe je dit bij jouw camera doet!

Resume, in het kort:

Ga in raw schieten. Ben je nog wat angstig schiet dan in het begin in raw čn jpeg! Stilstaande onderwerpen: Gebruik een lage isowaarde, en stel scherp met je liveview (zoom flink in) met je lens op manuele focus. Bij bewegende onderwerpen (!): Laag F-nummer, zet je iso waarde zo dat je minimaal (!) 1/1000s of nog korter hebt, en neem de ruis voor lief en bekijk hoe je dat minder krijgt in de nabewerking. Gebruik waar mogelijk een statief of een monopod, en een afstandsbediening of de timer op je camera. Calibreer je lenzen of laat dit doen. Op deze manier heb je geen last van front of backfocus. Speel in op de omstandigheden en het licht wat je hebt: Dus kies de juiste isowaarde, diafragma en sluitertijd. Als je begint, schiet je vaak op een preset-stand,zoals bijvoorbeeld "landschap". Ga zo snel mogelijk over op de A-stand, en als je die doorhebt zorg dan dat je weet hoe de M-stand werkt. Gebruik de juiste witbalans. Schiet je s`avonds verlichte gebouwen?... zet je witbalans dan op kunstlicht!

Ga naar Top