center>    
Home    Hdr maken in Lightroom    Perspectief aanpassen Photoshop    Uitleg Maskers Photoshop    32bit Hdr Maken in Photoshop   
Raw Foto Bewerken    Macrofotografie Tips    Hdr Maken in Photomatix    Algemene Fotografie Tips   
M-stand Uitleg    Av-stand Uitleg    Portretfoto Bewerken    Verkleinen foto in Photoshop    Rand om foto maken in Photoshop

Fotograferen in de A-stand, werken met het Diafragma:

Fotograferen in de A-stand, jij bepaalt het Diafragma, en de camera zelf bepaald wat de juiste sluitertijd daarbij is. De A-stand gebruik je veel bij het fotograferen van de natuur, macrofotografie en dieren maar ook wel bij personen. Je kunt denken aan bijvoorbeeld bewegende objecten, of als je snel een foto van iets moet maken (bijvoorbeeld een Torenvalk op een paaltje, die ieder moment weg kan vliegen). De A of AV-stand, is in ieder geval te prefereren boven de automatische stand.

Wil je een mooie vage achtergrond, dan gebruik je een laag F-nummer, wil je meer scherp hebben, neem je een hoger F-nummer. Een klein F-nummer noem je een groot diagragma, de lens staat vol open, F20 bijvoorbeeld is een klein diafgrama, er komt minder licht op de sensor. Gebruik je een laag F-nummer, moet je er wel voor zorgen dat je onderwerp zelf scherp is, desnoods door handmatig scherp te stellen.

een macrofoto met F8

Bovenstaande foto is genomen met F8, wat ik regelmatig gebruik met macrofotografie. Je ziet dat ik een mooie vage achtergrond heb, maar dat er wel snel al dingen uit de scherpte lopen als je niet 100% haaks op het onderwerp zit of kunt zitten. Een keuze tussen vage achtergrond, en scherpte op je onderwerp.

een foto met een hoog f-nummer

Deze foto is genomen met F20 op iso100 en is 22 seconden belicht. Ik wilde het hele houten ding scherp hebben, en ik wilde een langere sluitertijd hebben. Hoe hoger je F-nummer is, hoe langer je sluitertijd is. Deze foto is dan ook genomen vanaf statief, met het gebruik van een draadontspanner. Ik heb hier handmatig scherp gesteld, en eigenlijk was dit op de M-stand, maar zo kun je goed zien wat er gebeurd.

Een paar wetenswaardigheden op een rijtje:
Een laag F-nummer geeft je een mooie vage achtergrond, een korte sluitertijd, maar ook minder scherptediepte.
Een hoog F-nummer zorgt ervoor dat alles scherp is, je hebt een langere sluitertijd (en je ziet alle stofjes op je sensor terug).
Een laag F-nummer noem je een GROOT diafragma ( de lens staat vol open), en geeft een snelle sluitertijd.
Een hoog F-nummer noem je een KLEIN diafragma ( de lens is dicht geknepen), en geeft een langere sluitertijd.

De A-stand, in de praktijk:

Bij macro en dieren neem je een wat lager F-nummer. Je wilt een korte sluitertijd en je wilt een vagere achtergrond. Hoe verder de achtergrond van je onderwerp is, hoe hoger je het f-nummer kunt zetten en toch de achtergrond onscherp houden. Bij macro moet je denken aan bijvoorbeeld F8-F13, bij een foto met een telelens wil je laag blijven met je F-nummer vanwege de sluitertijd, en moet je denken aan F6.3 of F7.1. Onder of overbelichten kun je doen door de EV-meter in je camera te veranderen ( lees even je handleiding van je camera door). Het liefst kies je zelf je iso-waarde, en liefst zo laag mogelijk (als dit kan).

Nog een paar voorbeelden:

Je hebt een familielid die in de stad staat. Je wilt diegene scherp hebben en de stad wat minder scherp: Je kiest een wat lager F-nummer: Bijvoorbeeld F5.6, F5 of iets in die trent. Wil je zowel de persoon als de stad enigzins scherp hebben, kies je een wat hoger F-nummer, bijvoorbeeld F11 of F13. Je krijgt hierdoor wel een wat langere sluitertijd, dus je moet even kijken of je sluitertijd nog kort genoeg is. Zo niet, moet je de isowaarde dus iets verhogen, zeker als je uit de hand fotografeert. Check ook altijd even de genomen foto op je camera, dat voorkomt teleurstellingen. Is de foto niet goed, kun je op dat moment de foto opnieuw nemen met aangepaste instellingen!

Je hebt een familielid die in de stad staat. Je wilt diegene scherp hebben en de stad wat minder scherp: Je kiest een wat lager F-nummer: Bijvoorbeeld F5.6, F5 of iets in die trent. Wil je zowel de persoon als de stad enigzins scherp hebben, kies je een wat hoger F-nummer, bijvoorbeeld F11 of F13. Je krijgt hierdoor wel een wat langere sluitertijd, dus je moet even kijken of je sluitertijd nog kort genoeg is. Zo niet, moet je de isowaarde dus iets verhogen, zeker als je uit de hand fotografeert. Check ook altijd even de genomen foto op je camera, dat voorkomt teleurstellingen. Is de foto niet goed, kun je op dat moment de foto opnieuw nemen met aangepaste instellingen!

Als laatste nog een paar algemene tips. Heb je een zoomlens, bijvoorbeeld een 70-200mm F2.8l ens, blijf dan weg van exact 70mm en ook bij de 200mm. Begin net erna of stop net voor de 200mm. Op deze uiterste punten is je lens vaak net even wat minder scherp. Hetzelfde geldt voor het diafragma. Heb je bijvoorbeeld een groothoek van F3.5-F5.6, blijf dan zoveel mogelijk weg van F3.5, maar kies bijvoorbeeld F4, dit geeft je net wat meer scherpte. is je maximale diaframa F22, ga dan tot maximaal F20. Kort gezegd geven al die uitersten een net even wat minder mooi en scherp beeld. Zoals je ziet is de A-stand een spel tussen het kiezen van het juiste diafragma (F-nummer), de sluitertijd en de iso-waarde. Heb je de A-stand onder de knie, dan kun je de M-stand ( Manuele stand) gaan verkennen!

Ga naar Top