Home    Hdr maken in Lightroom    Perspectief aanpassen Photoshop    Uitleg Maskers Photoshop    32bit Hdr Maken in Photoshop    Raw Foto Bewerken    Macrofotografie Tips    Foto Bewerken Photoshop   
Hdr Maken in Photomatix    Algemene Fotografie Tips    M-stand Uitleg    Av-stand Uitleg    Portretfoto Bewerken    Verkleinen foto in Photoshop    Rand om foto maken in Photoshop

Fotograferen in de AV-stand, werken met het Diafragma:

Fotograferen in de A-stand, jij bepaalt het Diafragma, de camera zelf bepaald wat de bijbehorende sluitertijd zou moeten zijn. In principe prefereer ik zelf de M-stand, maar er zijn momenten dat de AV-stand handiger is om te gebruiken. Je kunt denken aan bijvoorbeeld bewegende objecten, of als je snel een foto van iets moet maken ( bijvoorbeeld een Torenvalk op een paaltje, welke ieder moment weg kan vliegen). De A-stand,of AV-stand,is in ieder geval te prefereren boven de automaat stand. Een digitale reflex heeft meestal een diafragma van F2,8- F45, bij een gewone (digitale) camera loopt dit ruwweg van een F3.2- F8, e.e.a verschilt per camera, maar de F8 is vaak maximaal.

Een klein F-nummer noem je een groot diagragma, de lens staat vol open, en door dat vele licht heb je dus een korte sluitertijd. Een F20 is dus een klein diafgrama, er komt minder licht op de sensor, en dus heb je een wat langere sluitertijd. Een klein F-nummer,zoals bijvoorbeeld F2,8 (een groot diafragma), zorgt voor een mooie vage achtergrond, maar kan er tevens voor zorgen dat je een kleiner scherptegebied hebt. Een groot F-nummer, zoals bijvoorbeeld F20 weer als voorbeeld, zorgt ervoor dat alles van begin tot eind scherp is, je zult hierdoor geen vage achtergrond hebben, en je onderwerp is van voren tot achteren scherp! Deze dingen moet je dus zien toe te passen in het nemen van je foto`s, je gekozen diafragma bepaalt hoe je foto er uiteindelijk uit komt te zien!

Een paar voorbeelden:

Je wilt een Landschap fotograferen:
Je wilt dus alles van voor tot achteren scherp hebben! Dus je neemt hierbij geen klein F-nummer, maar een wat hoger F-nummer om te zorgen dat alles ook daadwerkelijk scherp is! Denk hierbij aan bijvoorbeeld een F8 of hoger.(bij een gewone dig.camera is F8 vaak het uiterste, bij een digitale reflex is zelfs een F25 geen uizondering om te gebruiken).

Een persoon in een landschap:
Staat nu in datzelfde landschap een persoon die je wilt fotograferen, dan wil je dat de persoon scherp is, maar dat de achtergrond vervaagd is zodat deze niet van je onderwerp (de persoon)afleid.
In dit geval kies je dus voor een klein F-nummer, een voorbeeld zou kunnen zijn een F2,8 of hoger. Bij 2,8 heb je je persoon scherp, en de rest van de achtergrond is flink vervaagd. Met zo`n klein F-nummer heb je echter ook een heel klein scherptegebied , dus misschien is die F2,8 wel heel erg klein en zul je moeten kiezen voor bijvoorbeeld een F4. Je persoon is dan helemaal scherp, wel afhankelijk van de afstand tot je persoon, en je achtergrond zal ook nog redelijk vaag blijven en leid dus niet af. Soms is het een kwestie van afwegen: wat je scherp, en wat je vaag wilt hebben in je foto. We noemen dit ook wel DOF, depth of Field oftwel Scherptediepte. De afstand tot je onderwerp speelt hierin ook een rol. Staat deze dichtbij dan kun je een iets groter F-nummer gebruiken, dan waneer deze persoon wat verder weg staat, uitzonderingen daargelaten natuurlijk.

Macrofoto`s en Diafragma:

Bij Macro`s zijn de spelregels soms iets anders. Veel heeft te maken met hoe dicht je op je onderwerp zit. Zit je echt heel erg dicht op je onderwerp, we nemen als voorbeeld een krekel vanaf luttele centimeters, en je wilt de krekel van voor tot achter mooi scherp op je foto hebben, dan zul je dus een zo hoog mogelijk F-nummer moeten kiezen. Immers bij een klein F-nummer heb je weliswaar een hele mooie vage achtergrond, maar zul je als je dicht op die krekel zit alleen maar de helft en soms nog minder scherp hebben. Met een hoger F-nummer heb je de krekel helemaal scherp, maar soms een wat minder vage achtergrond. Een kwestie van afwegen ook weer en proberen de foto zo te nemen dat de (drukke) achtergrond zover mogelijk van je onderwerp verwijderd is. Des te vager wordt dan je achtergrond, terwijl je krekel mooi scherp is. Als dit niet mogelijk is zul je een afweging moeten maken: scherp onderwerp maar ook een scherpe achtergrond, of een iets vagere achtergrond, maar ook je krekel niet helemaal scherp van voor tot achter. Meer afstand tot je onderwerp houden is ook een optie, je houdt een vagere achtergrond, en je onderwerp zal scherper zijn van voor tot achter. Nadeel: je beestje staat kleiner op de foto en/of je zult moeten uitsnijden (croppen).

Sluitertijden:

Je gekozen diafragma heeft ook invloed op je sluitertijd. Met een klein F-nummer (groot diafragma) valt er meer op je sensor, en heb je dus een kortere sluitertijd. Met een groot F-nummer (klein diafragma) valt er minder licht op je sensor, en is je sluitertijd dus ook langer.(sneller bewegings-onscherpte) Wil je dus bewegende dingen fotograferen, dan heb je een probleem als je een heel groot F-nummer kiest. De sluitertijd wordt te lang om je bewegende onderwerp scherp te fotograferen. Een voorbeeld is een vliegende vogel fotograferen: Met een klein F-nummer heb je weliswaar minder scherpte over je gehele onderwerp maar wel een veel kortere sluitertijd. Die heb je dus echt nodig om bewegende dingen te kunnen fotograferen. Dus afwegen hoe laag je het F-nummer kunt laten, dat de vogel genoeg scherp is, en je sluitertijd acceptabel blijft.

De hoeveelheid licht die er is is ook een belangrijke factor:

Bij veel licht, heb je dus al een wat kortere sluitertijd, en zal je een wat hoger F-nummer kunnen kiezen dan bij weinig licht. Om de sluitertijd ook nog wat korter te maken, kun je ook wat "spelen" met je isowaarde. Breng je deze omhoog, dan zal je sluitertijd ook korter zijn. Te hoog zal ruis veroorzaken, zeker bij "gewone"digitale camera`s. Bij een Digitale spiegelreflex camera is er vaak bij iso400 niets aan de hand, bij mijn Canon 7D is zelfs een iso800 geen groot probleem, iets meer ruis maar vaak nog wel te doen. Al kies ik vaak niet voor deze hoge iso-waarde.

Als je geen bewegend onderwerp hebt, en je vindt de M-stand nog te ingewikkeld, zou ik je aanraden om daar wat het kan een statief te gebruiken. Liever een statief met een lage iso-waarde, dan zonder met een hoge iso-waarde en dus veel ruis in je foto! Dus probeer in ieder geval van die automaatstand af te komen en ga naar de AV (of A-stand) toe! Heb je dit onder de knie na een paar maanden, dan is de stap naar de M-stand een minder grote, en dan kun je echt mooie foto`s gaan maken! Als je dan ook nog in Raw schiet, en daar waar mogelijk een statief gebruikt, zal je foto in ieder geval kwalitatief heel erg goed zijn. (mits goed belicht e.d natuurlijk)


Ga naar Top